13.12.2016

Marktbeschrijving bloemen- en plantenmarkt

Tuinbouwhandel volgt de politieke ontwikkelingen

Ondanks de vele economische en politieke onzekerheden op de markten is de tuinbouw zeer stabiel en optimistisch. De bloemen- en plantenwereld draait door, ondanks brexit, Russisch embargo en terreur, hoewel niet altijd volgens de gebruikelijke routes.

De kenmerkende eigenschappen van de laatste jaren zijn nog steeds hetzelfde in de wereldhandel. De wereldwijde vraag naar bloemen en planten is het hoogst in de Europese landen, China, Japan en de Verenigde staten Nederland blijft als centrale motor voor de handel binnen de EU, de onbetwiste nummer 1. Nederland is voor bijna zeventig procent verantwoordelijk voor de export van bloemen en planten binnen de EU. Zoals blijkt uit de meest recente gegevens van EUROSTAT, neemt de stijgende trend van de import van bloemen en planten in de EU toe, zowel in hoeveelheden als in waarde.

In 2015 werd in totaal 504.952 ton (+8,2%) ter waarde van 1,68 miljard euro (+5,3%) geïmporteerd door de EU. Deze stijging van de import wordt net als voorgaande jaren vooral veroorzaakt door de snijbloemen, die 78 procent van de totale import in de EU uitmaken. De waarde van hun groei komt met 5,3 procent exact overeen met de totale groei. De stijging van de import is bijna geheel toe te schrijven aan de snijbloemen. De verkoop van snijbloemen is de enige drijvende kracht achter de economische groei van de buitenlandse handel van de EU.

Het feit dat de importhoeveelheden procentueel sterker toenemen dan de importwaarden, toont aan dat de trend van de afgelopen jaren naar toenemende hoogwaardige producten niet meer doorzet. De langjarige ontwikkeling in de verschuiving bij de leverancierslanden zet zich daarentegen verder voort. Kenia blijft met ongeveer 27 procent van de import als leveranciersland van de EU de onbetwiste nr. 1, gevolgd door Ethiopië, Ecuador en Colombia. Als klassieke snijbloemenproducenten zijn deze landen verantwoordelijk voor de beschreven importgroei van de EU. Zij bouwen hun marktpositie als exporteur voor de EU verder uit.

Exportlanden zoals Israël, de Verenigde Staten en Costa Rica laten daarentegen een teruglopende trend zien.

Exportwaarden van de EU stijgen – exporthoeveelheden niet

Volgens EUROSTAT werd in 2015 664.000 ton aan bloemen sierplanten ter waarde van 1,98 mld. euro uitgevoerd uit de EU. Vergeleken met vorig jaar is dat kwantitatief een achteruitgang van 3,1 procent. De sinds tien jaar trendmatig stijgende export van de EU is daarmee sinds 2013 voor de twee keer op rij gedaald.Tegelijkertijd nam de waardevermeerdering van het totale assortiment bloemen en planten toe met 5,1 procent. Een dalende exporthoeveelheid bij een stijgende exportwaarde houdt in, dat in toenemende mate hoogwaardige producten worden geëxporteerd door de EU-lidstaten.

Handelsoverschot blijft bestaan

Ondanks de stijging van de snijbloemenimport van de EU en daarmee opnieuw een verhoging van de negatieve handelsbalans in het segment snijbloemen en snijgroen (in 2015 ca. 620 miljoen euro, in 2014 ca. 500 miljoen euro) is de EU-handelsbalans positief. Het totaaloverzicht laat bij bloemen en planten een handelsoverschot zien van ongeveer 300 miljoen euro. Thans wordt sinds 2002 een handelsoverschot vastgesteld dat vooral terug te voeren is op de export van bloembollen en knollen uit de EU.

Doelmarkten van de Europese export slechts met kleine veranderingen

De doelmarkten van de Europese export zijn op het eerste gezicht hetzelfde zoals in het verleden. Rusland en Zwitserland blijven met afstand de grootste afzetlanden voor Europese bloemen en sierplanten. In 2015 exporteerde de EU 20,5 procent van de exportwaarde naar Rusland en Zwitserland, in 2014 resp. 21,3 procent en 20,7 procent, gevolgd door de exportmarkten van de Verenigde Staten (11,2 procent), Noorwegen (8,2 procent) en China (5,9 procent). Bij nader toezien valt op, dat de daling van de export naar Rusland wordt gecompenseerd door de groei van de overige doelmarkten. Dit betekent dat de EU-lidstaten hun basis-exportmarkten verder uitbouwen. Momenteel spannen de afzonderlijke exporterende EU-landen zich ten zeerste in om weer een vaste voet aan de grond te krijgen in landen waaraan zij in het verleden (te) weinig aandacht hebben geschonken. Zo wordt in toenemende mate gelobbyd in landen als Turkije, Oekraïne, de Verenigde Arabische Emiraten of Japan. Christian Schmidt, de Duitse minister van Landbouw, benadrukte onlangs de nauwe samenwerking tussen Duitsland en Turkije op landbouwgebied voort te zetten. De Nederlandse bedrijven op de 'Flower Expo Ukraine 2016' onderstreepten op hun beurt meer met Oekraïne te willen samenwerken. Bij alle doelmarkten van de Europese export is een lichte toename van maximaal één procent vast de stellen, met uitzondering van Oekraïne. De ranglijst van de verschillende doelmarkten in de verkoopwaarde blijft dus constant.

Twee gespreksthema's domineren 2016

Stijgende import en export van de EU bij bloemen en planten zijn een aanwijzing voor een stabiele tot stijgende handel in de branche. Juist de exportwaarde van Nederland maar ook in Duitsland behalen recordwaarden en stemmen de branche optimistisch. Zo houdt de positieve export-ontwikkeling van Nederland ook in de herfst van 2016 aan, nadat het jaar 2015 reeds een record-exportwaarde van totaal 5,6 miljard euro opleverde. Desondanks slaat in 2016 een gevoel van onzekerheid toe in de Europese markt. 'Brexit' en 'Rusland' zijn hierbij de centrale thema's.

Brexit – wat gebeurt er met het Westen!?

Met het uit te EU stappen van het Verenigd Koninkrijk in de zomer van 2016 is niet alleen in de Europese maar ook in de wereldwijde handel met bloemen en planten, onzekerheid ontstaan. Tot 2016 importeerde het Verenigd Koninkrijk jaarlijks bloemen en planten met een marktwaarde van ongeveer een miljard euro van leveranciers en handelaren van de EU-lidstaten. Daarmee is het Verenigd Koninkrijk al sinds 2011 de een na grootste importmarkt voor sierplanten binnen de EU. Voor leveranciers en handelaren uit Nederland, maar ook Duitsland, Italië, Denemarken en België waren en zijn de Britten een van de belangrijkste handelspartners. De handelsrelatie tussen de Britten en Nederland is nauw: in 2015 exporteerde Nederland 17 procent van zijn totale sierplantenexport (ca. 925 miljoen euro) naar het Verenigd Koninkrijk. Dit komt overeen met tachtig procent van alle geïmporteerde snijbloemen en zeventig procent van alle geïmporteerde planten van de Britten.

Ook had het Verenigd Koninkrijk een groot aandeel in de algemene toename van de vraag bij bloemen en planten in de EU. De in 2015 geregistreerde lichte omzetgroei bij de verkoop van bloemen en planten in de EU van in totaal 0,5 procent tot 32,4 miljard euro was vooral door het Verenigd Koninkrijk positief beïnvloed.De handelspartners, vooral uit Nederland, zijn zeer nerveus over de nog altijd niet te overziene gevolgen van de brexit.

Deze nervositeit is terecht, hoewel het koopgedrag van de Britten, volgens onderzoek van de Nederlandse veiling 'Royal FloraHolland', tot nu toe niet is veranderd. Zo is de verkoop van plantensoorten en -hoeveelheden momenteel hetzelfde als vorig jaar, na een tijdelijke terugval van de verkoophoeveelheden met ongeveer vijf procent direct na het referendum in juni 2016.

Interessant is het feit dat de Britse handelaren de consumentenprijzen van bloemen en planten op hetzelfde niveau houden als vorig jaar, ondanks de afwaardering van het Britse pond (duurdere inkoop). De verkoopprijzen worden dus nu op kosten van de eigen winstmarge van de Britse bloemenhandelaren 'gesubsidieerd' resp. gecompenseerd. Het huidige probleem van de Britse handelaren is dus - hoe lang nog?

Dit verkoopgedrag verhindert weliswaar de daling van de omzet en leidt tot constante afzetgegevens, maar zal op de lange termijn het plezier in de handel van bloemen en planten bij de Britten wegnemen. Uiteindelijk, wanneer daar extra invoerrechten bijkomen en de doorlooptijden worden vertraagd, wordt de bestaande EU-import toenemend onaantrekkelijk voor de Britse handelaren. Velen zullen naar oplossingen zoeken. Drie mogelijke scenario's zijn:

1) De hogere inkoopprijzen doorberekenen aan de consument: de handelaren verhogen de eindverkoopprijs bij bloemen en planten conform het wisselkoersverlies, met het gevaar dat de Britten minder producten afnemen en de vraag terugloopt. Juist de onafhankelijke speciaalzaken zullen op de lange termijn niet onder de verhoging van de verkoopprijzen heen kunnen, wanneer zij zich de 'duurdere' EU-importproducten nog willen kunnen veroorloven.

2) Uitbreiding van de handelsbetrekkingen en rechtstreekse invoer met leveranciers uit derde landen: handelsondernemingen die als éénmanszaak of inkoopverband groot genoeg zijn om hun producten direct af te kunnen nemen uit de Afrikaanse of Midden-Amerikaanse productielanden, zullen de nodige handelsbetrekkingen opbouwen en hun goederenstromen ombuigen als rechtstreekse invoer en niet meer via Nederland. Bij dit scenario is het interessant om te zien wat dan de invoertarieven zijn en wat de effecten daarvan zijn op de rechtstreekse invoer.

3) Verhoging van de binnenlandse productie: de Britse producenten kunnen hun productie verhogen. Op basis van het energie-/ en kostenplaatje is een binnenlandse uitbreiding onrealistisch. Op kleine schaal is het echter mogelijk.

Het gevaar bestaat, dat de handel met bloemen en planten binnen de EU op de lange termijn door de brexit onontkoombaar onder druk komt te staan. Deskundigen gaan ervan uit, dat de grote gevolgen van de brexit pas over twee jaar zichtbaar worden.

Juist de inkoopcentra van supermarkten zoals Tesco, Asda, Aldi, Lidl & Co., die tegenwoordig in het Verenigd Koninkrijk een marktaandeel van meer dan 54 procent bij snijbloemen en 32 procent bij kamerplanten hebben, zullen naar inkoopalternatieven en diensten buiten de EU gaan zoeken, en zo bijdragen aan een verandering van de goederenstromen. De trend van de handelssystemen om over te gaan op rechtstreekse invoer is al zichtbaar in heel Europa en zal zich in het Verenigd Koninkrijk extra versnellen door de brexit.

Landen zoals Kenia, Colombia, Zuid-Afrika, Turkije, Israël en Marokko komen daarbij ongetwijfeld nog meer in de belangstelling van de Britse inkopers te staan dan nu. Desondanks heerst ook in deze landen onzekerheid. Zo vreest met name de Keniaanse bloemenvereniging, dat de toegang tot de Europese markt en het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot invoerrechten en goederenstromen gecompliceerder zal worden. Deze onzekerheid is vooral te begrijpen door de achtergrondgeschiedenis van Kenia. In de zomer van 2016 stond Kenia, als lid van de 'East African Community', kort voor de doorbraak met de EU bij de omzetting van belangrijke handelsbevorderende maatregelen.

Nieuwe afzetmarkten staan in de belangstelling

Feit is dat vooral de Nederlandse bloemengroothandelaren sinds de brexit intensief op zoek zijn naar nieuwe afzetmarkten. Daarbij worden alle mogelijkheden onderzocht. Zowel binnen als buiten de EU, zoals bijv. de Verenigde Staten of China. Juist China is volgens Royal FloraHolland 'dol op bloemen Made in Holland' en blijft ondanks de economisch gespannen situatie een zeer interessante groeimarkt voor de export van bloemen en planten. Deskundigen schatten dat de consumptie per hoofd van de Chinezen door de maatschappelijke verandering in China (15 miljoen chinezen zijn van armoede overgegaan naar de middenklasse), net als de groeimarkten Mexico, Brazilië en Argentinië, aanzienlijk zal veranderen. Als dit zo is, zal volgens de deskundigen het marktpotentiaal voor bloemen en planten in China op consumentenniveau verdrievoudigen, van de huidige 5,5 miljard euro naar 16,5 miljard euro.

Vanuit deze redenering zullen de exportdoelen van Royal FloraHolland, de exportwaarde te laten stijgen van de huidige tien naar tweehonderd miljoen euro in 2020, realistisch zijn. In hoeverre andere EU-landen van deze grote opleving mogen meeprofiteren en het keurmerk 'Made in the EU' zullen verkrijgen, valt nog te bezien.

Rusland – en het embargo

Hoe belangrijk het is om nieuwe, betrouwbare afzetgebieden voor bloemen en planten te vinden, wordt ook duidelijk door te kijken naar de marktdeelnemer Rusland. Door het embargo op de import van landbouwproducten wordt Rusland als belangrijkste doelmarkt voor de Europese export, steeds minder aantrekkelijk voor de westers georiënteerde landen zoals de EU-lidstaten, de Verenigde Staten, Canada, Australië en Noorwegen.

Als antwoord op de sancties van de EU tegen Rusland blijft de Russische markt ook tot eind 2017 voor het grootste deel van de Europese landbouwproducten en levensmiddelen gesloten, ter 'bescherming van de nationale belangen van de Russische federatie'. Deze situatie zal zich door de politieke situatie in Syrië nog meer toespitsen. Hoe dramatisch de achteruitgang is, is opnieuw duidelijk te zien bij Nederland, de onbetwiste nr. 1 en 'centrale motor' voor de bloemen- en plantenexport binnen en buiten de EU. Zo kwam in 2015 44 procent van de in Rusland verkochte snijbloemen uit Nederland (Ecuador: 36 procent, Colombia: 13 procent).

De Nederlandse export naar Rusland is de laatste drie jaar meer dan gehalveerd. Stond Rusland in 2014 nog op de vierde plaats van de top 10 van Nederlandse exportlanden, in september 2016 komt Rusland zelfs helemaal niet meer voor op deze lijst. Al in het voorjaar van 2016 zakte het exportaandeel van Rusland onder de grens van drie procent naar ongeveer 44,5 miljoen euro (vgl. export Duitsland: 30 procent). Tegelijkertijd groeide de Nederlandse export naar Polen met 13 procent naar 55 miljoen euro. Zoals echter zichtbaar is op de markten van groenten en fruit, worden de sluiprouten voor goederen uit de EU naar Rusland steeds nauwer.

Blijvende veranderingen

Terwijl vele handelaren en deskundigen aan het begin van de Ruslandcrises vertrouwen hadden dat de exportactiviteiten van de EU naar Rusland slechts tijdelijk zouden worden geblokkeerd, zijn er nu steeds meer aanwijzingen dat de effecten en veranderingen door het Russische embargo lang zullen doorwerken.

Volgens deskundigen verstevigt Rusland momenteel de handelsbetrekkingen buiten de EU en breidt de eigen productie uit. Het is alleen moeilijk voor te stellen dat deze maatregelen, zodra ze eenmaal zijn ingevoerd en worden toegepast, op een later tijdstip weer gunstig zullen uitwerken voor de Europese export.Zo tonen India en Vietnam, maar ook Japan, momenteel een grote interesse voor de op vijf na grootste bloemen- en plantenimporteur ter wereld, Rusland. Zij onderzoeken de markt en bestuderen zeer nauwkeurig de behoeften van de Russische consumenten en handelaren.

Vietnam bijvoorbeeld biedt momenteel in tien Russische steden non-stopvluchten voor snijbloemen aan, om het hele jaar door verse bloemen en planten te kunnen leveren. En dan met name non-stopvluchten naar de metropool Moskou en omgeving. Volgens deskundigen worden alleen al in de regio Moskou en omgeving meer dan veertig procent van de in Rusland gekochte snijbloemen afgenomen. Deze marktconcentratie bevordert de toegankelijkheid. Hiermee zet Vietnam zich op de kaart als een vaste deelnemer in de internationale handel van Rusland.

Naast de uitbreiding van nieuwe leveranciers buiten de EU, richt Rusland zich steeds meer op de uitbreiding van zijn zelfvoorzieningsgraad. Het is bekend dat in Rusland steeds meer wordt geïnvesteerd in hightech-broeikassen (in 2015 ca. 168 ha). Deskundigen schatten dat de Russische productie van snijbloemen de afgelopen vier jaar minstens tweeënhalf keer is gestegen. Ongeveer 15 procent van het binnenlandse marktaandeel wordt ingenomen door Russische snijbloemen. Een indrukwekkende groei, die tegelijkertijd echter ook de hoge invoerbehoefte van Rusland laat zien.

Deze invoerbehoefte zal bovendien blijven bestaan en in een aantal gevallen zelfs toenemen, ondanks de inspanningen om de zelfvoorzieningsgraad te verhogen. Bloemen zijn in Rusland heel belangrijk bij feesten en de laatste tijd ontdekken de Russen dat bloemen ook voor de eigen behoeften kunnen worden gebruikt. Net als bij China doet zich hier de vraag voor, wanneer en hoe de EU mee kan liften met deze trend. Insiders van de branche hopen dat de crisis met Rusland binnen tien jaar opgelost zal zijn en een onbeperkte handel tussen Rusland en de EU weer mogelijk wordt. Het is echter niet verstandig hier vanuit te gaan. Rusland heeft zich in het verleden ook voor het embargo, niet altijd als een betrouwbare handelspartner bewezen.

 

 

Stimulerende voorwaarden in Duitsland

Ondanks alle turbulenties op de markt (brexit / het aanhoudende Russische embargo) is de Duitse bloemen- en sierplantenmarkt in 2016 volgens de laatste berichten stabiel tot positief. Dit feit wordt veroorzaakt door een positieve consumentenstemming en de daarmee gepaard gaande bereidheid om aankopen te doen.

Net als in 2015 zorgen een stabiele ontwikkeling op de arbeidsmarkt met een toename van het aantal vacatures, stijgende lonen (+2,6% in het eerste kwartaal en +2,3% in het tweede kwartaal van 2016) voor een uitgesproken tevreden gevoel over het inkomen met een optimistisch consumptiegedrag. Het consumentenvertrouwen in Duitsland is in tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk zeer groot, ondanks de brexit en terreuraanslagen (opmerking met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk: zestig procent van de Britten is sinds de herfst van 2016 onzeker over de toekomst en zal waarschijnlijk de persoonlijke uitgaven voor mode, lifestyle, home en living verlagen.).

Volgens voorspellingen van de Duitse vereniging van consumentenonderzoek (Gesellschaft für Konsumforschung, GfK) zullen de privé-uitgaven, als belangrijke pijler van de economische ontwikkeling in Duitsland, in 2016 met circa twee procent stijgen. Dit stabiele, hoge consumentenvertrouwen voelen de handelaren ook. Zo geven de 'Industrieverband Garten e.V.' (IVG) en de 'Handelsverband Heimwerken, Bauen und Garten e.V.' (BHB) na het eerste halfjaar van 2016, ondanks de ongunstige weersomstandigheden, een lichte groei aan in de branche, die tot eind 2016 minstens het niveau van vorig jaar zal bereiken.

De Duitse regering gaat in haar herfstprognose voor 2016 uit van een stabiele groei van de Duitse economie. Dientengevolge zal de economische groei stabiel blijven rond 1,8 procent. Ook in landen zoals Polen, Portugal en Turkije is het consumentenvertrouwen goed met een aanhoudende trend van een stijgende vraag naar bloemen en planten. Extra gunstig in Duitsland is ook dat volgens de toekomststrategie in het segment tuinbouw, de randvoorwaarden voor de tuinbouw zullen verbeteren. Eind oktober 2016 is unaniem in de Bondsdag (de Duitse Tweede Kamer) een verzoek met de titel 'Gartenbau sowie Garten- und Landschaftsbau als innovativen Wirtschaftszweig stärken und zukunftsfest machen' ('Tuinbouw en tuin- en landschapsbouw als innovatieve bedrijfstak bevorderen en duurzaam maken') goedgekeurd.

 

Moederdag- een bepalende factor

In 2016 waren de meeste Duitse groothandelaren tevreden met 'Moederdag' als een van de belangrijkste dagen voor de bloemen- en plantenverkoop. De 'Landelijke vereniging van de Duitse bloemen-, groot- en importhandel' (Verband des Deutschen Blumen- Groß- und Importhandels e.V., BGI) spreekt van stabiele prijzen bij trendmatig licht verhoogde verkoophoeveelheden. Ook de Veiling Rhein-Maas doet melding van een goede afzet met de op een na hoogste totale omzet van de afgelopen zes jaar. Interessant is de waarneming van marktkenners, dat vooral hoogwaardige producten tegen zeer goede prijzen konden worden verhandeld. Dat voldoet aan het doel van de Duitse tuinbouw van een hogere toegevoegde waarde door een hogere waardering.

Prijs goed – alles goed!

Naast Moederdagproducten zijn dus ook kwalitatief hoogwaardige producten in opkomst. Het fenomeen van de hogere prijzen wordt echter slechts een enkele keer door een paar handelaren genoemd. Volgens de groothandelaren van de BGI stagneren de prijzen op groothandel niveau, hoewel het Duitse statistiekbureau ('das Statistische Bundesamt') sinds 2010 elk jaar stijgende consumentenprijzen voor tuinproducten vaststelt (vgl. index 2010 = 100 met index 2015 = 112,4). Volgens de AMI daarentegen steeg de afgelopen zes jaar de prijs van potplanten op consumentenniveau met 53 cent per eenheid (plant of tray).

In Nederland ziet dit er anders uit. De in Nederland vastgestelde groei van de export is bijna geheel toe te schrijven aan de hogere prijzen. Zo nam in 2016 de gemiddelde prijs van Royal FloraHolland elke maand toe en bereikte een nog nooit in de geschiedenis van Royal FloraHolland voorgekomen prijsniveau. Verbazingwekkend is, dat dit hoge prijsniveau geldt voor alle assortimenten bloemen en planten.

Begin oktober 2016 behaalde de verkooporganisatie met 37,7 cent de hoogste gemiddeldeprijs ooit. De gemiddelde prijs steeg daarmee met 5,6 procent. Tegelijkertijd liep het aandeel van de aanvoer begin oktober terug met 1,5 procent. Als oorzaken voor de hoge gemiddeldeprijzen wordt gedacht aan de iets veranderde distributiekanalen in de richting van de detailhandel, die leiden tot meer vaste prijsafspraken. Deze opbouw van 'betrouwbare toegevoegde waarde ketens' is ook zichtbaar in de Duitse bloemen- en plantenhandel. Volgens de branchekenners wordt dit echter niet consequent genoeg toegepast, want de Duitse leveranciers en groothandelaren profiteren nauwelijks van de stijgende consumentenprijzen.

Noemenswaardigheden in 2016

Duitse groothandelaren stellen vast dat de detailhandel bij de inkoop van bloemen en planten meer aandacht besteedt aan aspecten zoals kwaliteit en regionale productie. Deze constatering geldt ook voor Frankrijk, waar het merk 'Fleurs de France' steeds belangrijker wordt bij de handel en verkoop.

In de Nederlandse oorzaakanalyse (Royal FloraHolland) in de zomer van 2016 van de afname van de plantenexport naar Duitsland in 2015 (-3,8% = 83 miljoen vergeleken met 2014) wordt naast een toenemende zelfvoorzieningsgraad in Duitsland, vooral de trend naar regionale producten verantwoordelijk geacht voor de afname.

Zal de regionale trend net zoals in de groente- en fruitsector ook versterkt zijn intrede doen bij sierplanten? De opvattingen over de begrippen 'regionaal', 'eco' en 'fair' voor de Duitse sierplantenmarkt zijn bekend uit de consumententypologie (Altmann, Kaim, Fluck, 2012). Daarom hebben de consumenten van alle leeftijdsklassen met elkaar gemeen dat de wens naar regionaliteit toeneemt, maar uitsluitend regionaal of landelijk wordt ingekocht. Hierbij schijnt de bewustwording van het feit dat vooral snijbloemen uit overzeese gebieden komen, doorslaggevend te zijn.

De beslissing om iets te kopen wordt beïnvloed door heel veel factoren. Zo wordt een duurzame productie (eco / fair) naast het regionale aspect steeds belangrijker. Het is interessant dat de wens naar een fairtradekeurmerk de consumenten verdeeld. De voorstanders zijn zestig jaar en ouder, de jongeren minder. Vermoedelijk gaat het hier om de oprichtergeneratie van de groene beweging uit de jaren zeventig en tachtig, die hun opvattingen trouw zijn gebleven.

De belangrijkste eigenschap is en blijft de kwaliteit (product en proces). In dit opzicht is het aannemelijk dat de Duitse consumenten ook graag importartikelen kopen, wanneer zij zich aangesproken voelen door de kwaliteit en de keurmerken (respect voor mens en milieu).

'Duurzaamheid' en 'Regionaliteit' stimuleren zodoende de verkoop, maar bij de aankoop zullen Duitse consumenten altijd rekening houden met de kwaliteit.

Naast het regionale aspect stelden de groothandelaren in 2016 een tweede bijzonderheid vast. De levensmiddelendetailhandel (Lebensmitteleinzelhandel, LEH) wordt steeds professioneler en breidt zijn assortiment uit. Daarom verkopen ze steeds vaker bloemen en planten die voorheen alleen in de bloemenspeciaalzaken werden verkocht, en zijn op zoek naar ingangen om ook een marktaandeel te bemachtigen in het assortiment van de bloemendetailhandel: een ontwikkeling die de detailhandel dwingt tot handelen, en op de voet moet volgen.

Een andere bijzonderheid of constatering in de groothandel is dat in de stagnerende markt van de potplanten, groei bijna uitsluitende plaatsvindt dankzij nieuwe en innovatieve producten en concepten. De in 2016 hiermee samenhangende georganiseerdebeurs 'hortivation'van de Messe Essen zet daarmee de juiste stap om de branche ontvankelijk te maken voor innovaties.

Conclusie

De wereldwijde goederenstroom is op drift geraakt. We hebben binnen de EU een stabiele vraag en een groeipotentiaal buiten de EU.

Ook in Duitsland is de bloemen- en plantenmarkt stabiel en zal bij een groot consumentvertrouwen ook in 2017 de vraag veiligstellen.

De stijgende prijzen op detailhandelniveau stemmen optimistisch. Dit geldt echter niet bij alle schakels (bedrijven) in de toegevoegde waarde keten.

Brexit en Rusland zijn sinds 2016 twee overheersende thema's die pas op de lange termijn effect zullen sorteren. Het is niet verstandig erop te vertrouwen dat alles goed gaat komen. Alle landen doen er goed aan op zoek te gaan naar alternatieve distributiekanalen en doelmarkten. Dat kan door middel van een nauwere samenwerking met bestaande handelscontacten binnen of buiten Europa. Door deze heroriëntatie kan ervan worden uitgegaan dat in 2017 de goederenstromen samen met het zich veranderende consumentengedrag van een aantal EU-landen zullen veranderen.

Hierbij is de toenemende rechtstreekse levering van de grote handelscentra in de productielanden zeker een stuwende kracht.

Het moet nog blijken of binnen de EU een klein referendum met een grote uitwerking of een groot referendum met een kleine uitwerking heeft plaatsgevonden. Het blijft spannend – van Oost tot West!

Bronnen

EUROSTAT, AMI, BGI, GfK, VGB, TASPO, Gabot, en interviews met deskundigen

 

Dr. Marianne Altmann

CO CONCEPT, in opdracht van Messe Essen voor IPM ESSEN 2017